Blog

Uit Dorpsbelang Den Hout
Ga naar:navigatie, zoeken

De vergiet

Ik heb een vergiet. Het is een ding van niks. Hij is van blik, zit vol deuken en weegt amper honderd gram. Hij is ook nog kapot. De handvaten en de pootjes zijn er, vermoed ik, een eeuwigheid geleden al van af gevallen. Van ellende waarschijnlijk. Ik ken ‘m niet eens mét handvaten of pootjes. Ik ken ‘m alleen als halfronde gebutste bak. De vorige eigenaar heeft er, om het ding nog van enige functionaliteit te voorzien, zelf één handvat aan gemaakt. Van ijzerdraad. Wel dik, degelijk ijzerdraad. Geen pruts-ijzerdraad. Er is over nagedacht en het getuigt van enige mate van creativiteit. Of, in ieder geval van vindingrijkheid.

Overal waar ik ben gegaan, is de vergiet meegegaan. Al 35 jaar sleep ik het ding achter me aan. Keurig verpakt, tussen andere potten en pannen. Verhuisdoos in, verhuisdoos uit. Hij weegt niks, dus een zware last is het nooit geweest. Maar je vraagt je toch af waarom je aan zo’n mormel zoveel waarde hecht. Waarom je al die moeite doet om ‘m dicht bij je te houden. Waarom je niet bij de Blokker een leuke roze, fijne plastic vervanger gaat kopen voor een paar euro...

Het zit zo: als ik de vergiet zie, zit ik in gedachten op mijn fiets. Ik ben 9 jaar en trap zo hard als ik kan. Want hoe harder ik trap, hoe eerder ik er ben. Via de Stuivezandsestraat (Made) slinger ik richting het tunneltje. Eronderdoor. Even heel hard gillen, want dat echoot zo leuk. Door de bosjes van de Houtse Linie richting de Moerstraat. Dan de Dordrechtseweg in. Iedere keer weer spannend, want bij Kusters hebben ze een hele grote herdershond die altijd een klein stuk blaffend achter mij aan rent. Griezelig, want ik ben nog maar 9. Als dat gevaar is overwonnen stuur ik links de Houtsepad in. De zon gaat schijnen, want ik ben er bijna. Dan draai ik halverwege de Houtsepad rechts het boerenerf op. Als ik met mijn fiets bij het keukenraam stop, zie ik haar. Ons oma. Ze lacht. Ik ook. Ze is bezig aan het aanrecht. Water stroomt uit de kraan. De gootsteen drijft vol met knalrode bessen die bij elkaar worden gehouden door flinterdunne steeltjes. De velletjes van de bessen staan gespannen om het zure sap heen. Ze staan op klappen, zo rijp zijn ze. Precies op tijd geoogst. Met haar oude stevige handen schept ze de bessen uit het water en gooit ze in een vergiet. Ze stopt daar pas mee tot ‘ie zo vol zit, dat de bessen er weelderig overheen hangen. In twee kleine schaaltjes doet ze vervolgens een handje van het fruit. Dan komt de suikerpot. Ik krijg twee grote scheppen over mijn bessen. We gaan zitten en eten samen onze schaaltjes leeg terwijl we wat keuvelen.

De vergiet staat hier thuis niet op een sokkel in de woonkamer of in een pronkkast in de hal. Hij staat gewoon in een keukenkast. En bijna elke dag heb ik ‘m wel vast. Dan zit ‘ie vol met vers geplukte, blinkende tomaten of dampende slierten spaghetti. De vergiet is, na lang rondzwerven, weer thuis.


Voor Marie van Dongen - van Meel (1900-1985), één van de vele Houtenaren die in alle eenvoud, door hard werken en een tikje eigenzinnigheid van dit dorp een warme, gastvrije plek hebben gemaakt.

1614781869514vergiet.jpg